Geest van de Romantiek

Uitwerking op verschillende kunstvormen

Schilderkunst

  • De individuele kunstenaar (en niet de Academie!) bepaalde hoe hij lichtval en kleur laat meewerken aan de uitdrukking van het gevoel. De Natuur kon alleen door het gevoel benaderd worden, als (overweldigende) totaalindruk. Kleurtheorieën waren in opkomst. Constable en Delacroix onderzochten bijvoorbeeld de invloed van primaire op complementaire kleuren (impressionisten haakten daar later op in met hun ongemengde kleurvlekjes).
  • Men koos vaak historische onderwerpen (vooral heroïsche momenten uit de vaderlandse geschiedenis en de Middeleeuwen), natuur (lieflijke tafereeltjes van mensen opgenomen in de natuur, maar ook mensen die het tegen het ruige natuurgeweld moeten opnemen), of exotische culturen (zowel de romantische als de wrede kant: men bewonderde de kalmte en het geluk van deze volken, hun dichtbij de natuur staan).

Bouwkunst

  • Geen eigen stijl, alleen neo-stijlen. Vooral Neogotiek, i.v.m. de revival van godsdienst en de Middeleeuwen. Men zag de gotische stijl als nationale (niet-geïmporteerde, niet-romaanse) stijl. Vooral in Engeland.

Muziek

  • Het ‘heftige’ gevoelsleven van ‘geniale’ componisten vond uitdrukking in grootschalige vormen (lange symfonieën voor steeds grotere orkesten: de ‘eeuwigheidspretentie’), òf juist in kleinschalige muziek (kamermuziek, bv. liederen met piano: voor een kleine kring literaire ingewijden die het tere gevoelsleven van de componist zouden begrijpen).
  • Componisten gingen ook het landschap of de droom verheerlijken in symfonische gedichten (muziek die iets ‘uitbeeldt’: Beethoven, Mendelssohn, Berlioz). Wagner ‘vluchtte’ in middeleeuwse, Noorse legendes over de godenwereld (jaloezie, heldenmoed enz.).
  • Dat alles vroeg natuurlijk om meer mogelijkheden voor de klankkleur en dynamiek (grotere orkesten), vrijere vormen (geen ‘voorgebakken’ sonatevormen meer) en een vrijere harmonie (met Mozarts ‘brave’ I–IV–V–I-cadenzen kun je moeilijk heftige gevoelens uitbeelden!).
  • Voor het eerst richt men zich op muziek uit het verleden. De Mattheüs-passion wordt opnieuw uitgevoerd (kerkmuziek-revival) en men begint het werk van allerlei oude componisten uit te geven (Bach, Palestrina).

Top

Terug