Geest van de Romantiek

Kenmerken van romantische denken/kunst

  • Reactie op de nieuwe maatschappelijke orde

Eind 18e eeuw beginnen wetenschappers en kunstenaars meer belangstelling te tonen voor persoonlijke beleving. Sinds de Franse Revolutie wisten ‘gewone’ mensen wat individuele vrijheid was: je bent niemands eigendom, je hoeft niemands bevelen op te volgen, je hebt recht op eigen bezit en je eigen mening. In de literatuur en kunst kwam voor het eerst aandacht voor de beleving, ervaring, het gevoelsleven. Op schilderijen verschenen eenvoudige boeren, in toneelstukken alledaagse helden èn schoften, waarin mensen zich konden herkennen, in plaats van de mythische heldenfiguren uit klassieke drama’s. Het (gevoels-)leven van gewone mensen werd in de tijd van het Classicisme bepaald niet interessant en voorbeeldig genoeg geacht om te vereeuwigen in de Kunst!
Beethoven, Berlioz en Schubert vertolkten hun eigen gevoelsleven: ze componeerden over dromen, angsten, verliefdheid. Voor het eerst zegt een kunstwerk dus ook iets over de maker.

  • Tegenreactie op de Verlichting

In tegenstelling tot de klassieke, academische idealen van schoonheid door orde, evenwicht en beheersing, heerste er nu een afkeer van algemeen geldige kennis, regels, grenzen en beperkingen. Een romanticus benaderde de wereld vanuit zijn gevoel, intuïtie. Kunst ging niet over hoe ’t móest, maar hoe de kunstenaar ’t voelde. Goethes Faust, die zijn ziel aan de duivel verkoopt voor de geheimen van het heelal, wordt niet gelukkig met al zijn kennis; hij maakt zijn liefje Gretchen zwanger en stort hen beiden in het ongeluk. Intuïtie leverde meer wijsheid op dan kennis. Met de ‘redelijke’ idealen van de Franse Revolutie was het afgelopen.

In de samenleving stapt men af van de overbeschaafde, geaffecteerde kleding, pruiken, gezichtpoeders, symmetrisch aangelegde tuinen e.d., die symbolen waren van de adel. Eenvoud en natuurlijkheid zijn het nieuwe motto.

In de wetenschap gaat men zich meer richten op processen, samenhangen. De vraag waarom de mens er is kun je niet meer met logica tot God herleiden. Darwin ontdekt dat hier allerlei (toevallige) processen aan ten grondslag liggen. Men gaat ontdekken dat alles een geschiedenis heeft. De geschiedenis als wetenschap is geboren.

  • Natuur en mystiek

Ook in de kunst had het nieuwe inzicht gevolgen. Kunst beoefenen werd gezien als contact zoeken met het universele, het Eeuwige, de 'Wereldziel'. De natuur is te complex voor het verstand, kan zich alleen als totaalindruk openbaren aan het gevoel. De ziel is wel de spiegel van de natuur. In ieder mens zit ook een ‘goddelijke vonk’; ieder schepsel is zelf een deeltje van de oneindige kosmos. De natuur is ook symbool van vrijheid en oneindigheid, tegenover de beperkte mens. Kunst, maar ook de natuur, zijn middelen om je, bijna op een godsdienstige manier, op een hoger spiritueel plan te brengen. De kunstenaar zet de natuur niet naar zijn hand (Classicisme), maar voelt zich klein en nietig. Je ziet dat door bijvoorbeeld aan de enorme natuurlandschappen met kleine mensen erin.

  • Reactie op de industriële samenleving

Men ontvluchtte de grauwe werkelijkheid van de stad in de fantasie. Men droomde over romantische plaatsen (exotische culturen, de ongerepte, woeste natuur) en tijden. Vooral de Middeleeuwen, met hun heldenmoed, romantische kastelen en hoofse liefde waren favoriet. Het plattelandsleven werd verheerlijkt en het toerisme kwam op gang (bv. naar de Alpen en de zeestranden). Zo verschenen ridderromans (Ivanhoe), reisverslagen en sprookjes. Kunstenaars gingen zich ook meer op hun eigen fantasie richten; daarmee kreeg de kunst ook iets universeels/voor de eeuwigheid (je symfonie is als uitdrukking van jezelf een ‘boodschap aan de wereld’, niet een stukje muziek voor deze of die gelegenheid). De kunstenaar was meer een genie dan een ambachtsman.

  • Sehnsucht en de dood als thema

De combinatie van 'gevoelswereld' en ‘vluchtgedrag’, leidden tot een sfeer van verlangen, smachten, het onbereikbare en de dood. De harde confrontatie met de werkelijkheid had dikwijls teleurstelling tot gevolg (Schubert, die zijn geliefde Müllerin niet kon veroveren en Goethe, die zijn Werther zelfmoord liet plegen; na publicatie van dit boek ging er een golf van zelfmoorden door Europa!).

  • Godsdienstig reveil

Na de atheïstische Verlichting is er weer grote belangstelling voor godsdienst (christelijk Réveil) en de Middeleeuwen . Men zag daarin een voorbeeld van een sociale, christelijke samenleving (deugden als moed, opoffering; niet de zelfrealisatie uit de Verlichting), waarin het ambacht nog centraal stond. De Middeleeuwen zijn de eigen, eerlijke, oorspronkelijke wortels van de Europese beschaving. Historici en kunstenaars gaan zich niet meer op de heidense Klassieke Oudheid richten, maar op de Middeleeuwen. Dat leidt tot de Gothic Revival in de bouwkunst (ook gevoed door nationalistische gevoelens, met name in Engeland en Duitsland).

Top

Terug