Geest van de Romantiek

Achtergrond: veranderingen in de maatschappij

  • De Franse Revolutie (1789) maakte een eind aan de absolute macht van de kerk en de adel. De praktijk dat de een ‘hoger’ geboren werd (als edelman) dan de ander (als lijfeigene), werd ‘afgeschaft’. De mensen leerden wat individuele vrijheid was. Niemand zat nog vast aan de maatschappelijke klasse, het geloof of het beroep van zijn ouders of van kerkelijke of wereldlijke machtshebbers. Men wilde de maatschappij met elkaar (democratisch) vormgeven, met eerlijke kansen voor iedereen. De adel verloor dan ook zijn rol in het staatsbestel. De idealen van de Franse Revolutie zorgden voor een lange tijd van nationalistische oorlogen en opstanden (tot 1830), met als resultaat republieken of constitutionele monarchieën, waar de rechten van burgers in grondwetten werden vastgelegd.
  • De Industriële Revolutie na 1800 veranderde de samenleving. Er kwamen (stoom)machines, fabrieken, staal, treinen en spoorwegen, kolenmijnen, de fiets enz. Veel (arme) boeren verhuisden naar de stad om in een fabriek te werken. Daardoor ontstond een arbeidersklasse. In de steden kwamen fabrieken, kantoren en ook achterbuurten, waar de arbeiders woonden. Arbeiders (vaak nog kinderen!) hadden het slecht: vaak 14 uur per dag dezelfde handelingen verrichten in ongezonde omstandigheden, ziektes, dreigende werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. In 1850 leefde 50% van de bevolking in een stad. Men woonde gemiddeld met 12 personen op één kamer! Waterleiding, riolering of straatverlichting was er niet. Was dit de ‘vooruitgang die de industriële revolutie had opgeleverd?
  • Bij industrie draait het om kapitaal. En zo ontstond er dus ook een grotere middenklasse. Door de staatkundige en industriële revolutie kwamen er nieuwe, invloedrijke groepen in de samenleving: industriëlen, handelaren, bestuursambtenaren. Die ontwikkelde burgers wilden graag betalen voor schilderijen en voorstellingen. Er werden musea en openbare concertzalen gebouwd. De kunstenaars gingen voor de nieuwe maatschappelijke middenklasse luxeproducten maken. Zijzelf stonden als ‘romantici’ echter buiten de maatschappij (die vooral op nut en winst was gebaseerd). Dat betekende meer economische onzekerheid, maar ook meer artistieke vrijheid. De smaak van de middenklasse was die van de salons: geaccepteerde, classicistische kunst. Van Gogh en Monet werden eerst als knoeiers gezien; dat veranderde pas met de komst van de kunsthandel en kunstkritiek aan het eind van de 19e eeuw.

Top

Terug