Geest van de Romantiek

Algemeen

  • In de kunstgeschiedenis staat 'romantisch' tegenover 'klassiek'. Het woord romantiek komt van romance: een Middeleeuws verhaal of gedicht over heldhaftige personen of daden, dat was geschreven in een Romaanse taal (Frans, Italiaans) en niet in het Latijn. Bijvoorbeeld de verhalen over Koning Arthur. Later werd de betekenis van romantisch veralgemeniseerd: iets uit het verleden, uit een legende/volksverhaal, iets wonderbaarlijks, fantastisch, magisch, fictiefs. Het heeft dus nauwelijks iets te maken met de zoete 'Bouquetreeks'-romantiek (hooguit dat het je even laat ontsnappen uit de alledaagse sleur).
    Hierin zie je al iets van de magische aantrekkingskracht die men voelde voor het ongerepte, ongecultiveerde; iets waar je met je verstand niet bij kan, maar met je gevoel wel. Zoals de voorliefde voor de Engelse tuinen (een quasi-natuurlijke, zorgvuldig in elkaar gezette 'wildernis') en de gotische kathedralen met hun 'wilde', onoverzichtelijke uitstulpingen. Het ging om de totaalindruk.

Reactie op rationalisme en neoclassicisme

  • De Romantiek is niet één stroming met een aantal duidelijk omschreven ideeën en kenmerken. Je kunt het wel zien als een reeks reacties op de voorafgaande periode: het tijdperk van de Verlichting/Rationalisme, of in de kunst: Neoclassicisme (ca. 1750-1800). Dat was een periode waarin men (bv. de filosoof Kant) vond dat onderzoeken, je verstand gebruiken, uiteindelijk de beste weg was voor de mensheid. De wereld was, dacht men, een oneindige reeks causale verbanden, uiteindelijk door God in gang gezet. Zo kun je ziektes leren genezen door de oorzaken te onderzoeken, bijgeloof bestrijden en nadenken over een rechtvaardige samenleving. Daarmee zou iedereen gelukkiger worden. Encyclopedieën moesten de kennis verspreiden.
  • Op het gebied van de godsdienst en politiek vierde het vrije denken hoogtij. Tot die tijd bepaalde de katholieke of protestantse geloofsleer wat je geloofsovertuiging moest zijn. Ofwel je zag in dat er niets is dan alleen het heelal, en de rest was inbeelding van de mensen (atheïsme), ofwel je zag juist in dat God een verzamelnaam is voor alle krachten en natuurwetten, die er bijv. voor zorgen dat een plantje opbloeit en die het wereldgebeuren bestuurt (deïsme). De politiek had de taak om iedereen een menswaardig bestaan te bieden: geen uitbuiting, vrijheid van godsdienst en vrije handel.
  • Op staatkundig terrein keerde men zich tegen het absolutisme ('door God bekrachtigd koningschap'). Men vond dat niemand 'eigendom' was van een ander en wilde een rechtvaardige verdeling van de macht (republiek, gebaseerd op Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap). Iedereen moest alle ruimte krijgen om van zijn eigen leven iets te maken.
  • In wetenschap en kunst wees men de overdadige barok en rococo af, omdat het de 'huisstijlen' waren geweest van de katholieke kerk en de Duitse en Italiaanse koningshuizen. Men zocht naar waarheid (zowel 'goed, schoon, eenvoudig' als 'natuurgetrouw') en zuiverheid. Eenvoudige, duidelijke vormen en herkenbare constructies zag men in de Klassieke Oudheid. De opgravingen van Pompeji en de boeken van archeoloog Winckelmann hadden veel invloed. De academies stelden de regels voor de kunst vast.

Top

Terug