De nieuwe tijd: 1900-1920

Opmars van de techniek

  • Zoals de stoommachine de industriële revolutie had ontketend en het gezicht van de negentiende eeuw had bepaald, zo kreeg de techniek eind negentiende eeuw een nieuwe impuls door toepassing van de elektriciteit en afleidingen daarvan (de telegraaf, de telefoon en later de radio). De Parijse wereldtentoonstelling van 1900 maakte er dankbaar gebruik van. Een van de centrale gebouwen was het ’s avonds verlichte elektriciteitspaleis, en het publiek kon zich op de trottoirs roulants, loopbanden op houten steigers, rond het hele tentoonstellingsterrein laten vervoeren. Met de elektriciteit namen ook de mogelijkheden voor massaproductie toe, waaraan veel internationale concerns hun bestaan dankten (Philips, Krupp, Ford).
  • De meest ingrijpende vernieuwingen lagen op het terrein van vervoer. De Parijse wereldtentoonstelling had in 1900 de primeur van de metro. Vijftien jaar daarvoor had Karl Benz de verbrandingsmotor ontwikkeld. Henry Ford bouwde op dat principe in 1896 zijn Quadricycle, en vanaf 1908 auto’s in serieproductie. Ferdinand graaf von Zeppelin maakte in 1900 zijn eerste proefvlucht met zijn luchtschip LZ-1. Tien jaar later onderhielden zeppelins lijndiensten met passagiers en speelden zij een rol in de oorlog. Nadat honderden pogingen op niets waren uitgelopen, hadden twee Amerikaanse fietshandelaren, de gebroeders Wright, in 1903 eindelijk succes met het eerste bestuurbare, gemotoriseerde vliegtuig. Op zee streden enorme oceaanstomers, aangedreven door stoomturbines, om de eer de snelste verbinding over de Atlantische Oceaan tot stand te brengen.
  • Twee natuurkundigen brachten in de wetenschap eeuw een stille revolutie teweeg: Max Planck en Albert Einstein. Beiden werden de grondleggers van de kwantummechanica en de daaruit volgende atoomtheorie, waarmee processen in het heelal en bij zeer kleine deeltjes kunnen worden beschreven.

Top

 

Terug