De nieuwe tijd: 1900-1920

De grote oorlog

  • In 1900 was de hele wereld door een imperialistisch netwerk van koloniën en andere betrekkingen in handen van een kleine groep Europese grootmachten en de Verenigde Staten. Voor Frankrijk, Duitsland, de VS en ook Japan was Engeland het grote voorbeeld. Het beschikte over een machtige vloot en had ook op industrieel en financieel gebied de langste traditie. Met hun democratische stelsel voelden de Engelsen zich het modernste en meest liberale volk. Onder het mom van beschaving, vooruitgang en christendom waren grote delen van Azië en het ‘donkere continent’ Afrika onder de Europese leiders verdeeld. Duitsland wilde met zijn Weltmachtpolitik de grootste mogendheid op het Europese vasteland worden; keizer Wilhelm II richtte een militaire maatschappij in, gebaseerd op respect voor de adel, tucht en discipline. Frankrijk nam grote delen van Afrika in bezit; het sprak van een mission civilatrice. Oude en kwetsbare keizerrijken als Oostenrijk-Hongarije, het Ottomaanse Rijk (Turkije) en China moesten het uiteindelijk ontgelden. De Verenigde Staten hielden er geen koloniën op na, maar annexeerden wel een aantal gebieden (Hawaï), of maakten ze economische afhankelijk.
  • De ongelijke machtsverdeling leidde tot een reeks internationale conflicten, die samen de oorzaak waren van de Eerste Wereldoorlog. Vooral de Balkan was sinds de eeuwwisseling een brandhaard. Het gebied, waar verschillende kleinere bevolkingsgroepen woonden, was al honderden jaren bezet door de Turken. In twee Balkanoorlogen, tussen 1912 en 1913, slaagde een bondgenootschap van Servië, Montenegro, Bulgarije en Griekenland er eindelijk in de Turken helemaal terug te dringen tot Constantinopel. Na de Vrede van Londen (1913) raakten de overwinnaars echter in conflict over de verdeling van het veroverde gebied, vooral van Macedonië. Servië voerde een agressieve uitbreidingspolitiek: met massamoorden en deportaties probeerden zij gebieden etnisch te zuiveren en in te lijven, ten koste van het Habsburgse Oostenrijk-Hongarije.

Een van die gebieden was Bosnië-Herzegovina, dat in 1908 door Oostenrijk was geannexeerd. Tijdens een bezoek in juli 1914 aan de Bosnische hoofdstad Sarajevo werd de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand door een Bosnisch-Servische nationalist doodgeschoten. De Duitse keizer Wilhelm II spoorde de Oostenrijkse keizer Franz Joseph onmiddellijk aan een plaatselijke oorlog tegen Servië te beginnen en verzekerde hem van militaire steun. Duitsland zelf zag in het Balkanconflict een kans om een grote continentale oorlog te beginnen, die van Duitsland de machtigste staat van Europa moesten maken. Het had al een oorlogsapparaat opgebouwd en de plannen voor een offensief tegen Frankrijk in het westen en Pruisen in het oosten lagen klaar.

  • Nog voordat hij uitbrak, stond de naderende ‘grote oorlog’ bekend als een wereldoorlog. Alle grote mogendheden waren erbij betrokken: de Centrale mogendheden Frankrijk, Engeland, Rusland en de Verenigde Staten, en aan de andere kant de agressors Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Japan. De Duitse opmars liep niet zoals gepland. Omdat de fronten te verspreid waren en de Duitsers getalsmatig in de minderheid, liep het Duitse leger vast in een hopeloze loopgravenoorlog in Frankrijk, een duikbootoorlog tegen de Engelse vloot en een voortdurend verschuivend oostfront tegen Rusland. Amerika hield zich afzijdig, totdat Duitse U-boten in 1915 handels- en passagiersschepen begonnen te torpederen. Amerika zag het recht op de vrije zee en de (oorlogs-)handel met Europa in gevaar komen en begon onderhandelingen met Duitsland. Maar Duitsland bleef doorgaan met de onbeperkte duikbootoorlog, waarop president Wilson de oorlog verklaarde.
  • De eerste wereldoorlog was de het eerste grootschalige conflict waarbij moderne vernietigingswapens werden ingezet. Onderzeeboten, bombardementen door Zeppelins, gasgranaten, mitrailleurs, tanks en vliegtuigen: honderdduizenden soldaten stierven een pijnlijke en kansloze dood, nog voordat zij hun persoonlijke moed konden inzetten. Tanks zorgden uiteindelijk voor de geallieerde doorbraak in de loopgravenoorlog in Frankrijk en België. Terwijl miljoenen soldaten stierven op het slagveld, verhongerden er nog eens miljoenen aan het thuisfront. Het door uitgeputte voorraden en muitende soldaten geteisterde Duitsland tekende in 1919 het vernederende Verdrag van Versailles. De zware herstelbetalingen legden de kiem voor de anti-democratische, nationaal-socialistische ideologie in de jaren dertig.
  • In het door oorlog verzwakte Rusland hadden de bolsjewisten, onder leiding van Lenin en Trotski en met steun van Duitsland, in 1917 eerst de tsaar en een paar maanden later de democratische regering ten val gebracht. De nieuwe communistische regering beëindigde zo snel mogelijk de oorlog, en moest daarmee Finland, de Baltische staten en Polen afstaan. Daarna voerden de sovjets nog drie jaar lang een burgeroorlog tegen tsaristische officieren en zich afscheidende provincies, zoals de Oekraïne. Vanaf 1918 zetten zij een lang proces in van collectivisatie, waarbij elk bedrijf met meer dan vijf werknemers tot staatseigendom werd verklaard. Alleen de staat mocht goederen produceren en verspreiden. Dit leidde rond 1920 tot grote schaarste en hongersnood.

Top

Terug