De welvaartsjaren: 1950-1970

Jeugdcultuur vanaf de jaren vijftig

  • Vanaf 1955 begonnen steeds meer jongeren zich te verzetten tegen het strakke, burgerlijke verwachtingspatroon van hun ouders en de overheid. Door de massamedia en hun betere opleiding werden jongeren steeds onafhankelijker en mondiger ten opzichte van hun ouders (zie ook Postmodernisme). In tegenstelling tot de oudere generatie was voor hen de welvaart iets vanzelfsprekends, en zeker geen ideaal om na te streven. Ze hadden bovendien geld om uit te geven aan luxe, image-building artikelen: brillantine voor in het haar, een leren jack, een scooter. Ook voor veel hedendaagse tieners zijn  gsm's, scooters en kleding belangrijke culturele statussymbolen. De amusements- en kledingindustrie sprongen hier al gauw op in. Jongeren werden een commercieel doelwit in een wereld van uiterlijk en imago's. Vandaag de dag is bijna de hele amusementsindustrie in handen van een handvol grote mediamaatschappijen (AOL Time Warner, Disney, VIACOM). Voor hen staat 'de jeugd' gelijk aan het 'opzuigen' van stijlen en smaken. 

  • Een andere groep jongeren liet zich niet meeslepen in de commerciŽle mainstream. Zij hadden juist steeds meer kritiek op de Amerikaanse consumptiemaatschappij, zeker toen Amerika probeerde met geweld het kapitalisme te verdedigen tijdens de Vietnam-oorlog. Vanaf de jaren zestig begonnen veel jongeren te experimenteren met alternatieve opvattingen en leefstijlen. Dat ging vaak ten koste van het traditionele gezinsleven, van kerken en verenigingen. In Nederland begon een lang proces van ontzuiling en ontkerkelijking. Tieners en studenten trokken met elkaar op in groepen, herkenbaar aan bepaalde kleding of muziekvoorkeur. 

Zo waren er vanaf 1955 de nozems: laag opgeleide jongeren, met brommers, leren jacks en vetkuiven, die naar rock 'n roll-muziek luisterden en dikwijls herrie schopten op straat. Sommige studenten en jonge kunstenaars noemden zich existentialisten (ook wel: artistiekelingen). In cafťs bespraken zij maatschappijkritische, linkse (Marxistische) ideeŽn. Ze luisterden naar Franse chansons en protestsongs (Bob Dylan, Boudewijn de Groot). Zij hadden veel aanhangers onder studenten. Vanaf 1964 demonstreerden zij tegen de Vietnam-oorlog en voor meer inspraak op de universiteiten. Een derde groep vormden de hippies. Hippies wilden de maatschappij niet veranderen, maar ontvluchten. Zij leefden samen in woongroepen ('underground gaan'), experimenteerden met drugs en vrije seks, en waren geÔnteresseerd in oosterse religies. Alles draaide om vrede en vrijheid ('Zeg het met bloemen', Flowerpower), wat ook tot uiting kwam in hun fleurige, losse kleding en lange haar.

Top

Terug