Cultuur van de macht

Absolutisme in Frankrijk

  • In de 15e eeuw kende Frankrijk twee belangrijke hoven. Dat van de Franse koning, die zijn residentie had in het Louvre in Parijs (en soms in zijn jachtslot Fontainebleau), en het hof van de hertogen van Bourgondië in Dijon, in het noordoosten van Frankrijk. Door een slimme huwelijkspolitiek hadden deze hertogen verschillende gewesten onder hun beheer gekregen: Vlaanderen, Artois, Brabant, Limburg, Holland, Zeeland, Henegouwen en Luxemburg.

    In 1364 had Filips de Stoute, vierde zoon van de Franse koning Jan lI, Bourgondië geërfd. Vanaf de eerste dag probeerde Filips getracht met de koning te wedijveren. Hij voerde een eigen politiek en probeerde het Franse hof op cultureel terrein te overtreffen. Ook zijn opvolgers stond een machtig Bourgondië voor ogen. Onder Filips de Goede (1396-1467) kenden de Bourgondische landen een grote welvaart. De steden Brugge, Gent, Antwerpen, Dordrecht, Rotterdam, Deventer en Amsterdam werden welvarende handelssteden. Prachtige bouwwerken, schilderijen, beeldhouwwerken en edelsmeedwerk getuigen nog van die rijkdom.

  • Het meest tot de verbeelding spreekt het hof van de grootste absolutistische vorst van de 17e eeuw, Lodewijk XIV. Gedurende zijn 72-jarige regeerperiode schakelde hij de macht van de adel en iedere vorm van democratie systematisch uit. Edelen verloren hun feodale macht en konden in het beste geval als hoveling in Versailles worden opgenomen. Een eerste minister is nooit aangesteld. Vergaderingen van gemeente- of provinciebesturen werden niet meer gehouden; zij ontvingen via een intendant rechtstreekse bevelen van de koning. Rechters werden willekeurig benoemd en vervangen.

Lodewijk rechtvaardigde zijn positie door een voortdurend beroep te doen op zijn goddelijke afkomst. In werkelijkheid lag er geen filosofie of overtuiging achter, maar was het de persoonlijke zucht naar macht en roem die hem ertoe dreef de alleenheerschappij naar zich toe te trekken. Lodewijk betrok Frankrijk in een reeks oorlogen en wist de grenzen op te schuiven tot de rivier de Rijn en het huidige België. Dat ging ten koste van de nationale schatkist en de levensomstandigheden van zijn volk. Het koninkrijk dat door hem werd nagelaten was glorieus, maar ook volledig failliet. Daarmee was de kiem gelegd voor de Franse volksopstand honderd jaar later.

  • Lodewijk XIV gebruikte de kunst om zijn greep op het land te versterken. Die traditie bestond al honderd jaar, sinds Catharina de' Medici's haar intrede had gedaan in het Franse vorstenhuis Valois. Haar feestelijke voorstellingen (stravaganze) hadden dikwijls een dubbele politieke bodem. Catharina, die ook de motor was geweest achter de massamoord op de hugenoten, had zo geprobeerd de Frans-katholieke eenheid te bewaren. Ook Lodewijk zag in de kunst een belangrijk middel om zijn macht uit te drukken. De statige, classicistische barok was daarvoor een geschikte taal. De opdrachten voor de pracht en praal rond het paleis van Versailles leidden ertoe dat het Franse hof ook het culturele hart van Europa, vooral op het gebied van toneel, dans en opera.

Lodewijk voerde een public relations -campagne om door middel van portretten, standbeelden en munten zijn aanwezigheid over het hele land te verbreiden. De portretten moesten met respect benaderd worden (men mocht het niet de rug toekeren, men moest de hoed afnemen en zwijgen). Lodewijk XIV liet zich - onder meer door hofschilder Hyacinthe Rigaud - streng en imponerend afbeelden, zoals past bij een absolutistisch vorst. Om hem heen bevonden zich symbolen van zijn macht: zwaard, scepter en kroon.

De goddelijke status van Lodewijk werd onderstreept door een eindeloze reeks rituelen aan het hof van Versailles. Het opstaan en slapengaan, het aankleden van de koning, de manier waarop hij liep, zijn gasten ontving, de feesten - voor alles bestond een gedetailleerde ceremonie, waarbij soms ook gewone burgers mochten kijken. In de hofballetten danste Lodewijk zelf de hoofdrol. Hij werd daarin vergeleken met Apollo, de zonnegod. In het paleis waren de zalen die leidden naar de slaapkamer van de koning versierd met mythologische taferelen rond Apollo. Lodewijk XIV was de spil van de Franse eenheid en de personificatie van het goede dat het kwade verdrijft. Dat blijkt ook uit de sessies waarbij hij zieke gelovigen de hand oplegde.

Lodewijk richtte koninklijke academies op voor de architectuur, schilderkunst, dans en muziek. De academies verzorgden opleidingen en via de academies werden opdrachten verstrekt. Zo werd alle kunst door de staat gecontroleerd. Gilden en leermeesters konden geen broeinest worden van politiek verdachte kunst. Veel kunstenaars beschouwden het overigens als een eer om lid te zijn van de academies, die door de koning werden begunstigd.

Top

Terug