Cultuur van de macht

Eeuw van de ontdekkingen

  • De welvarende en zelfbewuste stedelingen van het quattrocento vergeleken zich graag met de onafhankelijke en kunstminnende Grieken en Romeinen. Onder invloed van klassieke schrijvers en denkers maakten deze humanisten zich los van het middeleeuwse mechanistische wereldbeeld (de mens als radertje in een goddelijke machine). Humanistische wetenschappers deden verwoede pogingen de zichtbare wereld in kaart te brengen en te begrijpen. En dat niet door redeneren en citeren, maar door metingen en experimenten.

De 15e eeuw zag daardoor een enorme wetenschappelijke vooruitgang. Universiteiten groeiden in aantal en omvang. Zelfs de katholieke kerk begunstigde de universiteiten. Zij had theologen en juristen nodig om de politieke en geestelijke controle over Europa te kunnen vasthouden. Toch zijn het vaak individuele genieën als Leonardo da Vinci die zich met hun uitvindingen onsterfelijk hebben gemaakt.

Aan de Poolse astronoom Nicolaus Copernicus danken we het moderne westerse wereldbeeld met de zon in het midden en de planeten die er omheen draaien. Martin Behaim uit Neurenberg was cartograaf en vervaardigde de eerste globe. Zijn ontdekkingen werden door Mercator uit Antwerpen verder uitgewerkt. De arts Vesalius uit Leuven las het werk van de Romeinse arts Galenus, die zich baseerde op eigen anatomisch onderzoek. Heel wat anders dan de middeleeuwse geleerden, die voorlazen uit medische tractaten, maar zelf nooit een dood of ziek lichaam aanraakten. ‘Bij de slager leer je meer', moet Vesalius gezegd hebben. Hij verrichtte met studenten secties op dode lichamen en gaf een geïllustreerde anatomische atlas uit.

  • In de 15e eeuw begonnen ook de ontdekkingsreizen. Door de confrontatie met Mongoolse horden en door de kruistochten was de geografische kennis al richting het oosten uitgebreid. Via de aantekeningen van Marco Polo, die de zijderoute stichtte, drongen berichten door over verre, machtige rijken. Uitvindingen in de scheepsbouw, de cartografie en astronomie waren uiteindelijk de aanzet om de verre werelddelen te verkennen. Het kompas bestond al in de 12e eeuw. Eind 15e eeuw leerden de Portugezen hun positie te bepalen metmeetkundige instrumenten aan de hand van de poolster. Ook verschenen er astronomische tabellen.

Toen eind 15e eeuw de Turken Constantinopel bezetten, was de handelsweg naar Indië afgesloten. Dat veroorzaakte een wedloop tussen de Spanjaarden en Portugezen om een nieuwe route te vinden. De ontdekkingstochten van Columbus legden een heel nieuw continent bloot, al wist men dat toen nog niet. De kolonisatie van de overzeese gebieden - vooral het Amerikaanse goud - bracht Spanje en Portugal grote rijkdom.

Top

Terug